Lezingen in de USA.

Eind maart 2009 gaf Johan Teirlinck een aantal lezingen in Ohio, USA over zijn boek ‘Het actuele denken: de mentale ruimte, contaminaties en serendipiteit’, onder de titel ‘TODAY’S MIND: mental space, contamination and serendipity’.

Tevens is hij curator van een tentoonstelling in de Art Gallery of Stark (Kent State University in Ohio). Deze tentoonstelling liep van 3 maart 2009 tot 3 april 2009. Van deze tentoonstelling en van de lezingen worden publicaties gemaakt (in het Engels en het Nederlands).

Speech LokArt 26 april 2009 KKK

Toespraak op zondag 26 april 2009

LokArt

Na de voorbije kunstenkabinetten is het geen eenvoudige zaak om een boeiend en eigentijds thema te zoeken voor dit evenement. Met de LOCATIE lijkt me dat glansrijk gelukt.
LOKART wijst natuurlijk in eerste instantie naar de locatie, de plek maar is tevens ook ‘LOK’ -art, van ‘lokken’ en ook in die zin hebben sommige deelnemers gepoogd het publiek te lokken naar hun werk.

We zien een grote verscheidenheid aan werk en invalshoeken. Scholen en groeperingen, alsook professionele kunstenaars hebben zich gemeld en boeiende bijdragen geleverd.

Graag zet ik een aantal van die invalshoeken op een rij.
Sommige kunstenaars hebben uiteraard meerdere aspecten in hun werk verenigd.

Hier enkele van die invalshoeken:
1. kunst/de locatie als monument, totem, mijlpaal, rituele herdenking
-Zo is er de ‘zegenende engel’ (Carla Meertens) die half mens is en half engel, die tegelijk breekbaar is en vanop grote afstand een stabiele menhir schijnt, een haast heilige plek.
-De ‘vragen aan columbus’ van Tjerry Verhellen duiken onverwacht op achter een reeks struiken en geven een fameus zicht op de omgeving. Het lijken overblijfselen van een oude cultuur, monumenten uit het verleden.
-Sporen achter laten is altijd een ambitie van de kunstenaar en bij uitbreiding van elk mens. Georges Libbrecht laat sporen achter in zijn werk ‘motieven’ en schaart zich in de lange traditie van culturele tekens van onze beschaving.
-LOOKart (Carl Deseure) voegt met een woordspeling een dimensie toe: is het kunstwerk publiek of kijker ? Zijn man op de ladder kijkt naar de einder en wijst mysterieus naar een ongedefinieerd element in de verte.

2. kunst/locatie als lichtvoetig spel, humoristisch commentaar en relativering
-‘wasdag’, ‘witloof’, … worden uitgebeeld op een frisse, speelse wijze en relativeren zo de ernst van het kunstwerk.
-Paraplu’s in een holle weg (Liesbeth Van Ginneken) : een speels element in de natuur, dat vervreemdt en opvalt.
-Een boomweb (Chis Duchateau) geeft het bekende een apart aspect, het is een nieuwe kijk op het vertrouwde.
Een dialoog ontstaat tussen het natuurlijke en het aangebrachte (kunst-zinnige) een clash soms, een botsing, of zachte verstandhouding zoals in ‘Uitgevlogen’ van Will Beckers.

3. kunst/locatie als meditatie, overpeinzing bij, dieper ingaan op
-Luc Van Orshaegen zit letterlijk een kader rond de aanwezige natuur. Zijn werk is een meditatie op de rol van het werk en van de kijker. je kan letterlijk op verschillende wijzen kijken naar de prachtige natuur. Door de aanwezigheid van een kader krijgt het achterliggende landschap een bijzondere waarde.
-De relatie tussen natuur en de digitale wereld (Sammy Ben Yakoub) wordt op een ongewone wijze gevat in een spel van spiegels en klimop. Schakeringen en subtiele nuances.

4. kunst/locatie als plek, het hier, de magische ruimte, het wonder
-Limke Verhellen zet een ‘par-a-vent’ waardoor glasramen driedimensioneeel worden.
-Eric Mat creëert een sprookjesachtige eigen wereld waar andere huizen en andere gewoonten evident zijn. Een soort persoonlijk universum dat ‘af’ en harmonieus is.
-Mieke Broes laat ons bomen zien met bijzondere voeten.

5. kunst/locatie als afwezigheid, niet hier, de anti-locatie, het nergens, mental space
-Vele werken verwijzen naar de plek en daardoor ook naar de afwezigheid ervan. Wanneer we hier staan en praten zullen velen ook niet meer denken aan de concrete plaats waar we staan maar wel aan wat gezegd wordt. De mentale wereld die door het werk wordt opgeroepen.
Op zo’n moment zijn we ‘nergens’.

6. kunst/locatie als inspelen op de al dan niet toevallige eigenschappen van een plek:
-een boom, een zicht, een plein, een brugje (Marina Hazenberg : Der Jungbrunnen) als inspiratiebron voor artistiek werk.
-Of een vergeten richtpunt voor vliegtuigen zoals bij Paul Poels die zelfs sporen herontdekt uit het verleden en die in het landschap opnieuw zichtbaar maakt.

7. kunst/locatie als poëtische vlucht, het esthetische, de mooie geste of vondst
-Dirk Boulanger presenteert ons de ‘kakegaai’, een erg mooi en fascinerend werk waarvan men zich afvraagt hoe het gemaakt werd.
-het werk van scholen en kinderen past ook in dit perspectief. Vaak hebben ze geprobeerd om iets gevoeligs of moois te tonen, waarbij ze de omgeving kleur geven.
-‘zie de zee’ (Luk Wets) speelt visueel met het woord ZIE dat -als we even verder wandelen-
plots is veranderd in ZEE.

Allen zijn het INGREPEN van een kunstenaar die poogt een dialoog aan te gaan met zijn/de wereld.
Bij de voorbijganger zal dit wellicht tot irritatie leiden, of tot bewondering, mogelijk tot fascinatie of de wenkbrauwen doen fronsen. Het samengaan van mens en natuur is immers niet vanzelfsprekend. De evidente relatie die ze ooit hadden is grotendeels verdwenen in onze beschaafde wereld en elke ingreep lijkt immers haast altijd een INBREUK op de eigenheid , de beslotenheid en echtheid van de natuur, de omgeving zoals die is, ZONDER DE MENS.

Daarom is het een subtiel spel om TOCH IETS TOE TE VOEGEN, iets TE BETEKENEN in deze wereld, op deze locatie. IETS WAT ER TOE DOET.

Het is een hele uitdaging om inderdaad iets TE VERTELLEN via een OBJECT, een BEELD, een INSTALLATIE maar het mag gezegd worden dat een groot aantal deelnemers daar zeker in geslaagd is.